OPLEIDING TOT SPECIALIST IN DE KINDERCARDIOLOGIE

Opleiding tot specialist in de Kindercardiologie
    · Duur van de opleiding
    · De opleidingseisen
    · Basale opleidingseisen
    · Aanvullende opmerkingen en randvoorwaarden bij de basale opleidingseisen
        · Opmerkingen naar aanleiding van de vaardigheden, vermeld onder punt 3.
    · Aanvullende eisen voor de kindercardiologische opleiding
        · Wetenschappelijk onderzoek
        · Voordrachten
    · Aanvang en beëindiging van de opleiding


Duur van de opleiding
Deze bedraagt drie jaar fulltime in een daarvoor door de N.V.K.C. en de A.E.P.C. erkend opleidingsinstituut volgend op:
· Volledige opleiding tot kinderarts, of
· Volledige opleiding tot cardioloog, met aanvullend 1 jaar opleiding in de
  kindergeneeskunde met name ook de neonatologie of
· 4 jaar opleiding in specialisme kindergeneeskunde, inclusief 1 jaar neonatologie, of
· 3 jaar opleiding in specialisme kindergeneeskunde, inclusief 1 jaar neonatologie en
  2 jaar opleiding in specialisme cardiologie (hartziekten).

De opleidingseisen
Deze zijn te onderscheiden in basale vereisten, waarna een specifieke opleiding kan volgen in één van de te onderscheiden deelgebieden van het vak, zoals bijvoorbeeld echo-Dopplercardiografie interventiecardiologie, ritmestoornissen/elektrofysiologie, foetale cardiologie, enz.
De duur van de periode voor de basale training is 3 jaar. De duur van de specifieke training hierna is onder andere afhankelijk van het specifieke deelgebied en van het opleidingsinstituut.
Aan het eind van de 3-jarige voltijdse opleiding dient een beoordeling plaats te vinden, zie "aanvang en beëindigen van de opleiding" op pagina 8.
Aangaande specifieke verrichtingen en opleidingen dient een logboek bijgehouden te worden.

Basale opleidingseisen
Tijdens de opleiding dient een grote mate van deskundigheid te worden verkregen inzake:

1. Embryologie, anatomie en fysiologie van het hart en de grote vaten en de hartfunctie onder normale en abnormale omstandigheden bij het zich ontwikkelende of groeiende individu van voor de geboorte tot volwassenheid.

2. Etiologie, symptomatologie, diagnostiek (en differentiaal diagnostiek) van aangeboren en verworven afwijkingen aan het hart en de grote vaten bij het zich ontwikkelende of groeiende individu.

3a. Een grote mate van deskundigheid en vaardigheid dient te worden verkregen op het gebied van:
   - elektrocardiografie
   - echo-Dopplercardiografie (inclusief trans-oesophageale echocardiografie)
   - hartkatheterisatietechnieken
   - cardiologische röntgenologie en angio(cardio)grafie
   - circulatiestoornissen en de behandeling daarvan
   - ritme- en geleidingsstoornissen en de behandeling daarvan
   - inspanningsonderzoek

3b. Tijdens de opleiding dient men kennis te hebben genomen van:
   - fonocardiografie
   - foetale echocardiografie
   - elektrofysiologie
   - interventiecardiologie

4. Een grote mate van deskundigheid dient te worden verkregen op het gebied van de operatieve en interventiecardiologische mogelijkheden en de indicatiestelling daarvoor bij aangeboren en verworven afwijkingen aan het hart en de grote vaten bij het groeiende individu, alsmede inzake de nabehandeling na de ingreep en de daarvan te verwachten gevolgen op korte en lange termijn.

5. Een goed inzicht dient te worden verkregen in de specifieke cardiologische en algemeen maatschappelijke problematiek van adolescenten en volwassenen met aangeboren hartgebreken.

6. Tijdens de opleiding moet er ruimte zijn voor literatuurstudie en het verrichten van wetenschappelijk onderzoek. Deelnemen aan symposia, congressen, e.d. bij voorkeur met een eigen bijdrage dient gestimuleerd te worden.

Aanvullende opmerkingen en randvoorwaarden bij de basale opleidingseisen
  Embryologie, teratologie en hartfunctie.
De embryologie en anatomie van het hart en de grote vaten, alsmede de hartfunctie onder normale en abnormale omstandigheden, genoemd onder punt 1 vormen de basis voor het verkrijgen van kennis en vaardigheid van alle onderwerpen genoemd onder de punten 2 t/m 5.
Derhalve is bijzondere deskundigheid van die materie onontbeerlijk en dient daaraan, tijdens de opleiding, speciale aandacht te worden besteed.

  Diagnostiek en behandeling
Om deskundigheid te verkrijgen in de symptomatologie, diagnostiek en de behandelingsmethoden van aangeboren en verworven afwijkingen aan het hart en de grote vaten bij het groeiende individu is intensieve participatie aan poliklinische en klinische werkzaamheden noodzakelijk. De fellow is betrokken bij ten minste 50 opgenomen patiënten per jaar en dient 200 patiënten poliklinisch te zien per jaar.

  Elektrocardiografie
Deskundigheid in de elektrocardiografie bij het groeiende individu is vereist, zowel op het gebied van de aangeboren en verworven structurele hartafwijkingen als van de diagnose en behandeling van ritme- en geleidingsstoornissen. Tijdens de opleidingsperiode dienen tenminste 1000 elektrocardiogrammen zelfstandig te worden beschreven, evenals 100 Holteronderzoeken.

  Echo-Dopplercardiografie
Echo-Dopplercardiografie heeft een belangrijke plaats ingenomen in de diagnostiek van afwijkingen aan het hart en de grote vaten bij het groeiende individu. Intensieve training om een grote mate van deskundigheid, vaardigheid en ervaring daarin te verkrijgen is derhalve noodzakelijk. Tijdens de periode van opleiding dienen tenminste 1000 echo-Doppleronderzoeken zelfstandig te worden verricht. Een theoretische basiscursus "Echocardiografie" dient gevolgd te worden.

  Ergometrie
Inspanningstesten zijn van groot belang, met name in de follow-up na behandeling van aangeboren afwijkingen van hart en grote vaten. Tijdens de duur van de opleiding dient de fellow betrokken te zijn bij tenminste 40 inspanningstesten.

  Cardiologische röntgenologie
De routine cardiologische niet-invasieve röntgenbeeldvorming van de thoraxorganen moet zelfstandig kunnen worden geïnterpreteerd. Gedurende de opleiding moeten tenminste 200 thoraxfoto's zelfstandig worden beschreven.

  Stralingshygiëne
Deskundigheid in de stralingshygiëne moet worden verkregen tijdens de opleiding. Het behalen van een artsendiploma voor stralingshygiëne is verplicht.

  Hartkatheterisatie/angiocardiografie
Hartkatheterisaties moeten zelfstandig kunnen worden uitgevoerd en geïnterpreteerd, alsmede de bij deze invasieve diagnostiek behorende functieonderzoeken en verrichtingen. Tijdens de periode van de basale opleiding dient de fellow bij tenminste 100 diagnostische hartkatheterisaties actief betrokken te zijn, terwijl betrokkenheid bij tenminste 25 therapeutische hartkatheterisaties noodzakelijk is.

  Elektroregulatie c.q. cardioversie
Kennis inzake indicatiestelling en zelfstandige uitvoering van cardioversie is vereist. Tijdens de duur van de opleiding dient de fellow betrokken te zijn bij 20 cardioversies en pacemaker implantaties.

  Intensieve/postoperatieve zorg
Tijdens de opleiding dient een grote mate van deskundigheid te worden verkregen in de peri-operatieve circulatie, ritme- en geleidingsstoornissen en andere complicaties, alsook de behandeling daarvan. De fellow is betrokken bij de behandeling van ten minste 100 patiënten op de I.C.-afdeling.

Opmerkingen naar aanleiding van de vaardigheden, vermeld onder punt 3.
In de basale opleidingseisen zijn een aantal onderwerpen vermeld waarvan een hoge mate van deskundigheid wordt verlangd, hetgeen inhoudt dat verwacht mag worden dat een (basaal)kindercardioloog al die verrichtingen zelfstandig kan uitvoeren en interpreteren. In mindere mate is dat het geval met een aantal andere verrichtingen, zoals onder andere vermeld onder 3b.

Er wordt van uit gegaan dat de kindercardiologie alleen in ziekenhuizen wordt beoefend waar de infrastructuur van dien aard is dat de benodigde apparatuur en expertise voor deze verrichtingen aanwezig is en voor de patiënten van de kindercardioloog ter beschikking staat.
Binnen de centra voor kindercardiologie zal een bepaalde verdeling van deskundigheid en vaardigheid zijn op het gebied van de onder 3b genoemde onderwerpen.

Aanvullende eisen voor de kindercardiologische opleiding

Wetenschappelijk onderzoek
Gedurende zijn/haar opleiding dient de a.s. kindercardioloog gestimuleerd te worden om wetenschappelijk werk te verrichten in de kindercardiologie. De fellow moet gestimuleerd worden om te participeren in belangrijke en relevante symposia, congressen en cursussen. Het hebben gepubliceerd van ten minste 1 artikel in de kindercardiologie, in de ruimste zin des woords, in een 'peer reviewed' nationaal of internationaal tijdschrift is een vereiste.

Voordrachten
Het geven van wetenschappelijke voordrachten in de kindercardiologie moet gezien worden als een belangrijk leermoment.

Aanvang en beëindiging van de opleiding
De opleider in de kindercardiologie meldt een kandidaat voor opleiding in de kindercardiologie aan bij de Opleidingscommissie van de Nederlandse Vereniging voor Kindercardiologie. Een opleidingsplan dient te worden overlegd. Een jaarlijkse evaluatie door de opleider en de fellow van dit opleidingsplan en het functioneren van de fellow dient schriftelijk te worden vastgelegd. Na de opleidingsperiode draagt de opleider de fellow voor bij de Opleidingscommissie om deze te accepteren als kindercardioloog. Hierbij worden tevens de jaarlijkse evaluaties en het logboek overlegd. De Opleidingscommissie beslist over de erkenning van de kandidaat als kindercardioloog.


Copyright © 1999-2001 N.V.K.C.