RICHTLIJNEN VOOR NA- EN BIJSCHOLING (CME) VOOR KINDERCARDIOLOGEN ZOALS VOORGESTELD DOOR DE AEPC EN OVERGENOMEN DOOR DE NVKC

1. ALGEMENE OPMERKING
Kennis, kunde en vaardigheden in het specialisme Kindercardiologie ontwikkelen zich snel. Patiënten en hun ouders hebben recht op optimale zorg. Daarom is continue na- en bijscholing (continuous medical education) voor iedere kindercardioloog een morele verplichting.

De door de AEPC uitgevaardigde richtlijnen zijn in overeenstemming met die van de UEMS (Union of European Medical Specialists).

De nationale verenigingen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de na- en bijscholing. Zij bepalen ook of individuele specialisten aan de richtlijnen hebben voldaan.

Postacademisch onderwijs en CME kunnen door dezelfde nationale vereniging gereglementeerd worden.


2. DOEL VAN DE CONTINUE NA- EN BIJSCHOLING
Het doel van de continue na- en bijscholing is om een hoog niveau van kennis, kunde en vaardigheden te behouden in het zich snel ontwikkelende vakgebied van de kindercardiologie. Dit geldt voor elke gekwalificeerde specialist in Europa zolang hij/zij beroepsmatig actief is.


3. MANIEREN VAN CONTINUE NA- EN BIJSCHOLING
Continue na- en bijscholing kan bereikt worden door middel van:

Categorie 1: het bijwonen van congressen, conferenties, seminars en symposia, die betrekking hebben op de vakgebieden van kindercardiologie, foetale cardiologie, volwassen congenitale afwijkingen of congenitale hartpathologie, congenitale hartchirurgie of intensive care betreffende congenitale hartziekten, georganiseerd nationaal of met internationale deelname.

Categorie 2: het bijwonen van congressen betreffende gerelateerde deelgebieden van de kindergeneeskunde of de volwassen cardiologie.

Categorie 3: het voorbereiden en geven van lezingen en voordrachten op nationale en internationale congressen; het schrijven van artikelen betreffende kindercardiologie, foetale cardiologie, aangeboren hartafwijkingen bij adolescenten en volwassenen.

Categorie 4: het deelnemen aan regionale en lokale cursussen die 2 uur of langer duren, betreffende onderwerpen zoals boven omschreven.

Categorie 5: het bezoeken van een erkend centrum voor kindercardiologie in het eigen land of in het buitenland gedurende 1 week of langer voor bijscholing of om een nieuwe techniek te leren.

Categorie 6: het lezen van actuele literatuur over de vakgebieden zoals boven omschreven.


Klinische besprekingen, casusbesprekingen, informele discussies binnen het vakgebied worden niet beschouwd als CME.


4. ACCREDITATIEPUNTEN
1 uur CME wordt beschouwd als 1 accreditatiepunt.

Een hele dag congres komt overeen met 8 accreditatiepunten, een halve dag met 4 punten.

Iedere kindercardioloog dient minimaal 250 accreditatiepunten te verzamelen gedurende een periode van 5 jaar, zoals aanbevolen door de UEMS; dit betekent 50 uur per jaar.

Minimaal 100 accreditatiepunten gedurende 5 jaar (20 punten = 20 uur per jaar) dienen behaald te worden in categorie 1.

Maximaal kunnen 50 accreditatiepunten in 5 jaar (10 uur per jaar) behaald worden in categorie 2.

Een maximum van 10 uur per jaar kan geteld worden uit categorie 3.

Een maximum van 15 uur per jaar kan geteld worden uit categorie 4.

Een maximum van 10 uur per jaar kan geteld worden uit categorie 5.

Bovendien dient 1 à 2 uur per week minimaal besteed te worden aan het bijhouden van de recente literatuur.

Specialisten in de kindercardiologie worden gestimuleerd om deel te nemen aan 'self assessment programmes'.


5. BEWIJZEN BETREFFENDE BIJGEWOONDE NA- EN BIJSCHOLING (CME)
Elke kindercardioloog die een internationaal of nationaal congres (categorie 1 en 2) bijwoont, dient om een geschreven bewijs daarvan te verzoeken en dit te bewaren.

Als slechts gedeeltelijk wordt deelgenomen, dient het aantal accreditatiepunten naar rato te worden verminderd.

Bewijzen moeten worden bewaard van gegeven lezingen in het vakgebied en gepubliceerde artikelen (categorie 3). Dit geldt eveneens voor regionale cursussen (categorie 4).

Aan het eind van ieder jaar vult elke kindercardioloog een lijst in van de na- en bijscholingsactiviteiten die hij/zij in dat jaar heeft bijgewoond. Deze lijst en de bewijzen daarvan dienen ten minste 10 jaar bewaard en op verzoek overlegd te worden.

Aan het eind van elk jaar vult elke kindercardioloog een formulier in waarop aangegeven staat hoeveel accreditatiepunten behaald zijn van elke categorie. Dit formulier dient naar de voorzitter van de opleidingscommissie van de Nederlandse Vereniging voor Kindercardiologie gezonden te worden.


6. ACCREDITATIE VAN NA- EN BIJSCHOLINGSACTIVITEITEN
De Advisory Professional Committee van de AEPC vaardigt een lijst uit van internationale congressen die bestendig geaccrediteerd worden. Dit geldt o.a. voor het jaarlijks algemeen congres van de AEPC, het jaarlijks congres van de ESC, indien een compleet kinder/congenitaal cardiologisch programma wordt geboden, de jaarlijkse wetenschappelijke bijeenkomst van de American Heart Association en van de American College of Cardiology.

De organisatoren van andere na- en bijscholingsactiviteiten kunnen accreditatie voor CME aanvragen door middel van toezending van een programma naar de opleidingscommissie van de NVKC, zo mogelijk 12 maanden voor de te houden na- of bijscholingsactiviteit.

Ieder jaar stelt het bestuur van de NVKC een lijst van geaccrediteerde na- en bijscholingsactiviteiten samen die ter beschikking wordt gesteld van de leden.


7. CONTROLE VAN DE KWALITEIT VAN NA- EN BIJSCHOLINGS-ACTIVITEITEN
Elk lid van de NVKC dat een geaccrediteerde na- of bijscholingsactiviteit bijwoont, dient deze te beoordelen voor wat betreft inhoud en zinvolheid. Dit oordeel kan luiden: 'ter zake', 'gedeeltelijk ter zake' of 'niet zinvol' voor wat betreft na- of bijscholing in het vakgebied van de congenitale cardiologie. Een dergelijke beoordeling dient met het jaarlijkse formulier betreffende de totale na- en bijscholingsactiviteiten ingezonden te worden.
Deze beoordelingen in aanmerking genomen, kan een na- of bijscholingsactiviteit van de jaarlijkse lijst van geaccrediteerde bijeenkomsten worden verwijderd danwel toegevoegd.


8. SANCTIES
Elke sanctie betreffende geen of te weinig behaalde na- en bijscholingspunten dient genomen te worden door het bestuur van de NVKC, gehoord de opleidingscommissie. De voorzitter van de NVKC of van de opleidingscommissie van de NVKC is gerechtigd om van elk afzonderlijk lid het bewijs te verlangen van de bijgewoonde na- en bijscholingsactiviteiten.


Copyright © 1999-2001 N.V.K.C.